Daar zit ze dan, met haar moeder op mijn kantoor voor een verhelderingsgesprek. Ze is ongelukkig. Ze is sportief, maar is met de opleiding Sport en Bewegen gestopt. Haar moeder zegt dat ze het leuk vindt om met kinderen om te gaan. Maar ze vindt het lastig om spelsituaties aan te sturen en te begeleiden, ook al helpt ze elke week bij scouting. ‘Oh ja, ik ben dyslectisch’, vertelt ze. Deze informatie is belangrijk voor het onderzoek.

Om in haar tussenjaar wat te doen te hebben, werkt ze 2 dagen in de week in het bedrijf van haar vader (middelgroot Bouw en Timmerbedrijf). Daar doet ze klusjes op de timmerafdeling. Het is wel de bedoeling dat ze een opleiding gaat volgen.

Uit de tests blijkt dat haar werkgebied vooral praktisch moet zijn met een artistiek accent. Geen sport, niks met kinderen, maar praktisch werken met haar handen, zonder onverwachte situaties. 

In het rapport geef ik aan dat de mbo meubelmaken de best passende opleiding voor haar is. Ze moet nu verschillende opleidingen gaan onderzoeken om te kijken welke opleiding het best bij haar aansluit, mede gelet op haar dyslexie. Daarvoor bezoekt ze de open dagen. Van te voren heeft ze vragen opgesteld die ze gaat stellen. Ze maakt gebruik van de checklist. In het rapport geef ik ook aan dat ze het bedrijf van haar vader kan gebruiken als leer-werkbedrijf.

Op een terugkomdag op mijn kantoor straalt ze en heeft een lach van oor tot oor. Ze werkt nu 3 dagen in de week in het bedrijf van haar vader. Ze timmert, schuurt en schildert. Ze bestuurt de werkbus als ze met medewerkers van het bedrijf op klus gaat. Man, wat vindt ze dat leuk. Dit werk past bij haar. Ze heeft ook al bepaald welke opleiding op welke mbo het gaat worden. Zelden heb ik zo’n blij ei op kantoor gehad!